Pixie Bob |
![]() |
Herkomst
Men gaat er vanuit dat de Pixie-bob afkomstig is uit spontane paringen tussen wilde bobkatten (Lynxen) en boerderijkatten op het platteland in het noorden van Amerika. Maar uit DNA-onderzoek is dit niet gebleken. Er werden geen "wilde" genen aangetroffen. In 1985 verwierf Carol Ann Brewer in Washington State twee van die katten. Ze deden haar aan Lynxen (ander woord voor bobcat) denken. Uit een paring ontstond Pixie, de oerkat aan wie het ras zijn naam ontleende. De poes Pixie was een mooie, grote, op een wilde Lynx lijkende poes en Carol Ann wilde de eigenschappen van deze poes in een ras vastleggen. Samen met enkele andere fokkers begon ze een nauwkeurig fokprogramma, waarin uitsluitend in het wild gevonden katten met een op Pixie gelijkende uitstraling werden betrokken. De ontwikkeling van het ras is van het begin af aan serieus aangepakt en de mensen die bij het ras betrokken zijn, zijn hun ras extreem toegewijd. Bijna tien jaar later werd het ras door TICA erkend.
Karakter
Pixie-bobs zijn vriendelijke, evenwichtige katten met een makkelijk karakter. Liefhebbers noemen de katten ook wel eens "vermomde honden" vanwege hun loyale karakter naar hun gezin toe. Ze worden graag geknuffeld en kunnen het in het algemeen goed vinden met andere katten, honden en kinderen. Ze zijn zeer intelligent, houden van spelen, zijn actief, maar niet hyperactief, ze houden van water en zijn goed te trainen. Hoewel ze hun eigen mensen toegewijd zijn, staat het ras erom bekend dat het over het algemeen wat terughoudend is ten opzichte van vreemden.
Verzorging: De vacht vergt overigens weinig onderhoud. Een wekelijkse borstelbeurt is voldoende.
Lichaam:
Pixie-bobs hebben een middelgroot tot groot, gespierd lichaam. Door de prominente schouderbladen heeft de kat een typisch rollend gangwerk. De heupen liggen wat hoger dan de schouders. De Pixie-bob heeft diepe, krachtige flanken en een brede, goed ontwikkelde borst. De beenderstructuur is rond en zwaar. Katers zijn iets groter (1/3) en gespierder dan poezen. De poten zijn lang en hebben zware botten, met grote, bijna ronde voeten. Polydactylie (meertenigheid) is toegestaan, tot zeven tenen per voet.
Poezen kunnen uitgroeien tot gemiddeld 4 kg en katers kunnen uitgroeien tot gemiddeld 9 kg of meer.
Staart: kort en flexibel. Kinken en knopen in de staart zijn toegestaan. De staart mag niet verder reiken dan de hak.
Kop: de helft van de puntentelling op shows gaat naar de kop en het gezicht. Juist met de kop geven fokkers van het ras aan dat deze op een lynx moet lijken. Het voorhoofd is enigszins gerond. De neus is groot en de snuit breed en lang. De wangen zijn goed ontwikkeld en de kin is groot en gerond. De Pixie-bobs hebben prominente wenkbrauwbogen.
Ogen: middelgroot, diep ingezet en staan een oogwijdte van elkaar.
Oren: laag aangezet op het achterhoofd, met bij voorkeur lynxpluimpjes.
Vacht: de Pixie-bob komt zowel voor in langhaar als korthaar. Beide vachten zijn waterafstotend. Aan de buikzijde is het haar langer dan op de rest van het lichaam. De langharige variant heeft een halflange vacht. De Pixie-bob is enkel erkend in spotted tabby (gevlekt tabby), met een donkergrijze basis aan de wortels. De grondkleur is warm, met zwarte of bruinige ticking en een witte haartop. De ogen kunnen goudkleurig tot bruin zijn, groen is toegestaan. De overige kleuren zijn niet toegestaan.
