German Rex |
![]() |
Herkomst
In 1930/1931 werden in Königsberg (Oost Pruisen) twee blauwe katertjes geboren. De vader was een Russisch Blauw en de moeder een bruine Angora (dus langharig). De twee katertjes hadden een gekrulde vacht. De kater Munk was van mevr. Schneider, hij leefde als ongekastreerde huiskat en strooide zijn krulgenen vrolijk rond in de buurt. Munk werd 14 jaar oud. Als Munk één van zijn dochters zou gedekt hebben, dan hadden er meer krulkatten geweest in Königsberg.
In de crisisjaren gingen veel mensen uit het arme Pommeren en Oost Pruisen werken in het welvarende Berlijn. Misschien zijn er afstammelingen van Munk meegenomen naar Berlijn. In ieder geval is er in de jaren vijftig weer een gekrulde kat in Berlijn opgedoken. Of dit een nieuwe mutatie is of toch een familielid van Munk weten we niet.
De familie Barendfeld in het toenmalige Oost Berlijn gingen serieus aan de slag met de German Rex. Het nieuws over de German rex verspreidde zich in het westen na een artikel van mevr. H. van Winsen in Rexforum 1969 getiteld : Gekruld Nieuws van achter het IJzeren Gordijn. In 1973 kwamen de eerste German Rexen naar West Duitsland, de familie Wöllner maakte zich sterk voor dit ras.
Karakter
De German Rex heeft een vriendelijk karakter, actief, speels, ze doen graag met alles mee wat het baasje doet, daarom zijn ze niet graag alleen. De stem is zacht, zelfs tijdens de krolsheid. Ze zijn graag de baas in kattenland, desnoods wordt dit bekrachtigd met een paar klinkende klappen. Ongemerkt zijn ze de koning in huis en regelen dan de rangorde met charme. Ze zijn aanhalig, op mensen gericht en lief voor kinderen. Een stoere kat met krullen of golven.
Verzorging
De vacht is eenvoudig te onderhouden met een babyborstel.
Lichaam: de German Rex is een vrij kleine kat met een slank,
stevig gespierd lichaam. De borst is breed en de slanke poten zijn lang in
verhouding tot het lichaam. De achterpoten zijn langer dan de voorpoten. De
voetjes zijn klein en ovaal.
Kop: rond, met een goede breedte tussen de oren en goed ontwikkelde wangen. Kin krachtig.
Ogen: van gemiddelde grootte, goed geopend en een redelijke afstand van de neus geplaatst. Eerder meer naar buiten, dan naar binnen. De kleur moet harmoniëren bij de vacht
Staart: van gemiddelde lengte, met een krachtige aanzet, uitlopend tot een afgeronde punt. Goed behaard.
Oren: middelmatig, met een brede aanzet. De punten licht afgerond.
Vacht: kort en fluwelig. Zacht en zeer zijdeachtig. Gekruld of gegolfd. Zonder dekharen. Snorharen zijn korter dan normaal en gekruld.
Kleur: alle kleuren en patronen worden erkend
