kop

Foreign White

Herkomst
Round 1960 speelde men met het idee om een witte kat te fokken van het Siamese type, met Siamees blauwe ogen. Met de wetenschap in gedachte dat veel witte katten met blauwe ogen een verhoogd risico vormen voor doofheid, werd een streng fokplan opgesteld. Pat Turner, een bekend kattengeneticus, zette de eerste stappen. De blauwe ogen van de 'normale' witte kat - met verhoogd risico op doofheid - verschillen genetisch van de immer aanwezige blauwe ogen van de Siamees. Het eerste nestje kwam uit een witte Europees Korthaar met een Seal Point Siamees. Met lijnen waar dove kittens in voorkwamen, werd gestopt.
Ondanks het feit dat er bij de huidige Foreign White nagenoeg geen dove witte kittens voorkomen, is het toch aangewezen het gehoor te laten nakijken d.m.v. de zgn. BAER test alvorens er mee te fokken. Om het risico op dove kittens te beperken, is het alleen toegestaan om de Foreign White te kruisen met een Siamees of Balinees, zodat de Siamese genen (cscs) behouden blijven.

Karakter
Net als de Siamees hebben ze een uitgesproken karakter en zijn ze in huis altijd duidelijk aanwezig. Siamezen staan bekend om hun spraakzame natuur en kunnen urenlang converstaties houden. Ze zijn buitengewoon sociaal ingesteld en als ze niet voldoende aandacht krijgen, zullen ze die zeker opeisen. U kunt ze niet lang alleen laten. Ze gaan erg goed om met soortgenoten en opvallend goed met honden. Ze worden graag geaaid en geknuffeld en kunnen urenlang op schoot doorbrengen. Bijna altijd vrolijk, ze zijn speels en kunnen leren apporteren.

Verzorging
De korte vacht van de Foreign White heeft weinig tot geen verzorging nodig. In de ruiperiode met een vochtige zeem de dode en losse haren verwijderen. Oren reinigen met een speciale oorcleaner, de nagelpunten regelmatig bijknippen.

Lichaam: elegante en lenige bouw. Het sierlijke lichaam is lang, slank en gespierd, het mag nergens grofheid vertonen. De achterhand behoort hoger te zijn dan de voorhand. De poten zijn slank en lang, de voetjes ovaal.
Kop: wigvormig en dient in het ideale geval samen met de grote, schuingeplaatste oren een perfecte gelijkzijdige driehoek te vormen. De kin mag niet al te geprononceerd zijn, maar ook zeker niet terugwijken. Lange neus, bij voorkeur met een Romeins profiel, maar in elk geval zonder inkeping vloeiend doorlopend in het schedeldak.
Ogen: amandelvormig, zuiver donkerblauw en staan iets schuin geplaatst.
Staart: lang en dun en loopt spits toe als een zweep.
Oren: groot, schuingeplaatst.
Vacht: zijdezacht en kort en fijn van structuur. Betrekkelijk weinig ondervacht.
Kleur: uiteraard alleen wit. Bij kittens kunnen gekleurde (kop)vlekken voorkomen die later verdwijnen.

Terug